Complimenten geven is goed. Het versterkt het zelfbeeld van de ontvanger en het zorgt voor een betere onderlinge relatie tussen ‘gever’ en ‘ontvanger’. Maar hoe moet dat precies: complimenteren? Drie fijne kneepjes:
Kneepje #1: Optimale verhouding
Psychologisch onderzoek toont aan dat de optimale verhouding tussen ‘positive reinforcement’ (complimenten) en negatieve reinforcement (klachten, kritiek) 4:1 is. Met andere woorden: je moet vier keer meer positieve feedback geven dan negatieve om ‘per saldo’ geloofwaardig over te komen. Iemand die veel zeurt is niet geloofwaardig. Iemand die goed kan balanceren met positieve en negatieve feedback wel.
Kneepje #2: Complimenteer ‘houding’ en niet ‘vaardigheden’
Recent promotieonderzoek van Eddie Brummelman toont aan: kinderen die worden gecomplimenteerd om hun ‘vaardigheden’ (Wat kan jij dat goed!) ontwikkelen zich anders dan kinderen die worden gecomplimenteerd om hun ‘houding’ (Wat heb jij ontzettend je best gedaan!). De eerste groep ging na verloop van tijd alleen maar taken doen waarvan ze zeker wisten dat ze zouden slagen. Ze gingen uitdagingen uit de weg omdat dan ook de complimenten zouden mislopen. De kinderen die om hun inspanning/houding beloond werden, bleven steeds nieuwe uitdagingen aangaan.
Kneepje #3: Complimenteer vooral naar beneden
Etholoog Patrick van Veen stelt dat we bij het incasseren van een compliment de sociale status van de complimentengever ernstig laten meewegen. Krijg je een compliment van iemand in lagere sociale status dan wordt dat minder waardevol ervaren dan een compliment van een sociaal superieur iemand. Complimenteer niet teveel ‘omhoog’ dat doet afbreuk aan je interpersoonlijke verhouding tot die persoon!
Conclusie: complimenteer VEEL, complimenteer OMLAAG en prijs iemands HOUDING. Dan komt je compliment het beste aan. Succes.